Waarom de stooklijn zo laag mogelijk instellen een slimme beslissing is
Stooklijn gasketel lager instellen, helpt ook CO2 te besparen
De stooklijn heeft een grote invloed op het rendement van een condenserende gasketel, en dus ook op de portemonnee én het milieu. In de praktijk staat die stooklijn nog te vaak te hoog ingesteld, meestal uit voorzorg om comfortklachten te vermijden. Het gevolg is dat de retourtemperatuur te hoog is, de ketel onvoldoende condenseert en het rendement merkbaar daalt.
Het principe van condensatie nog eens uitgelegd
Een condenserende gasketel haalt tot 10% meer rendement dan een ketel die niet condenseert. Dat is zo omdat de warmte uit de rookgassen in een condenserende ketel (deels) wordt gerecupereerd.
Bij de verbranding van aardgas ontstaan rookgassen, deze bevatten waterdamp. Wanneer de temperatuur van de rookgassen onder het dauwpunt (57 °C) zakt, condenseert de waterdamp (van gasvorm naar vloeistof) in de warmtewisselaar. Bij die faseovergang komt er warmte vrij.
In een condenserende ketel worden de rookgassen over de warmtewisselaar gestuurd. Hierin stroomt het retourwater van de vloerverwarming of radiatoren. Door het contact met het koudere retourwater condenseert de waterdamp en geeft die daarbij zijn warmte af. Hierdoor wordt het retourwater voorverwarmd, en is er dus minder gasverbranding nodig om het water op de gewenste aanvoertemperatuur te krijgen.
Waarom de retourtemperatuur beter zo laag mogelijk is
Voorwaarde is natuurlijk wel dat de retourtemperatuur laag genoeg is (onder 57 °C en bij stookolie is dat zelfs onder 47 °C). Bovendien geldt, hoe lager de retourtemperatuur, hoe groter de condensatiegraad en hoe meer warmte er uit de rookgassen wordt gerecupereerd in plaats van via de rookgasafvoer verloren te gaan.
Typisch bedraagt het verschil tussen de aanvoer- en retourtemperatuur (deltaT) bij klassieke radiatoren tussen de 15 en 20 °C. Een aanvoertemperatuur van minder dan 70 °C is dus zeker aangewezen om condensatie mogelijk te maken. Bij lage temperatuurtoepassingen is de retourtemperatuur sowieso laag genoeg voor condensatie.
Het belang van een correct ingestelde stooklijn
De stooklijn bepaalt automatisch de aanvoertemperatuur op basis van de buitentemperatuur. Het is een curve die per buitentemperatuur toont welke aanvoertemperatuur gewenst is om binnen tot de gewenste comforttemperatuur te komen. De instelling van deze curves verschillen van merk tot merk. In sommige toepassingen dienen meerdere stooklijnen te worden ingesteld (bv. één voor het gelijkvloers op vloerverwarming en één voor de bovenverdieping op radiatoren).
Sommige ketelfabrikanten vragen om een voetpunt (dat is de vertrektemperatuur bij een buitentemperatuur van +20 °C) en een eindpunt (dat is de vertrektemperatuur bij een buitentemperatuur van bv. -10 °C) in te stellen. De regelaar berekent voor elke buitentemperatuur daartussen dan automatisch de juiste aanvoertemperatuur; samen vormen deze punten dan de stooklijn. Andere fabrikanten leveren een lijst of diagram aan waaruit een stooklijn kan worden gekozen.
Als in het voorbeeld de stooklijn 0.4 gekozen is, dan wordt bij een buitentemperatuur van -15 °C, de aanvoertemperatuur naar 40 °C geregeld, om een gewenste kamertemperatuur van 20 °C te halen. Bij 5 °C zakt de aanvoertemperatuur tot 30 °C om dezelfde kamertemperatuur van 20 °C te halen.
De stooklijn niet te hoog instellen, is cruciaal voor zowel het rendement als de levensduur van de installatie.
- Hoe lager de stooklijn, hoe lager de gewenste aanvoertemperaturen, en hoe minder gas de ketel logischerwijs dient te verbruiken om die temperaturen te halen. Minder gasverbruik betekent automatisch een lagere CO2-uitstoot, wat beter is voor het milieu.
- Een lagere stooklijn bevordert de condenserende werking, waardoor de ketel efficiënter werkt en minder gas verbruikt.
- Wanneer de stooklijn te hoog staat ingesteld, wordt de gewenste binnentemperatuur te snel bereikt en zelfs overschreden. De ruimteregelaar grijpt dan wel in om een te hoge binnentemperatuur te voorkomen, maar dit veroorzaakt frequente ketelstarts en -stops. Dit pendelgedrag verlaagt het rendement, versnelt de slijtage van onderdelen zoals pomp en kleppen, wat de levensduur van de ketels verkort.
Niet elke cv-installatie is geschikt om geregeld te worden met een stooklijn. Wanneer bij zachte buitentemperatuur reeds een sterk verhoogde vertrektemperatuur gevraagd wordt van bv. 50-60 °C en bij lage buitentemperatuur een heel hoge vertrektemperatuur van bijvoorbeeld 70-80 °C, gaat een stooklijn heel wispelturig reageren op de gevraagde vertrektemperatuur en krijgt men geen stabiele ruimtetemperatuur. Dit komt meestal voor bij oudere convectoren en convectoren die in een put zijn ingebouwd. Hier wordt best gekozen voor een 100% ruimteregeling met klassieke kamerthermostaat.
Stooklijn instellen: hoe ga je te werk?
1) Weersafhankelijke regeling is een must
Doordat de aanvoertemperatuur wordt bepaald op basis van de buitentemperatuur, moet die natuurlijk ook gekend zijn. Hiervoor zijn zowel bekabelde als draadloze buitenvoelers op de markt. Maar de ketel kan via een internetmodule ook gekoppeld worden aan een online weerstation (die kan ook gebruikmaken van weersvoorspellingen).
2) Voorzie bij voorkeur ruimtevoeler
Zelfs met een correct ingestelde stooklijn kunnen zich onverwachte, tijdelijke situaties voordoen, zoals zoninstraling via de ramen, veel mensen in huis (bijvoorbeeld bij een feestje) of het gebruik van een open haard. Deze factoren beïnvloeden de binnentemperatuur onmiddellijk, meestal in opwaartse maar soms ook in neerwaartse zin.
Wanneer in de referentieruimte een ruimtevoeler is geplaatst, kan deze de aanvoertemperatuur bijsturen zodat de gevraagde binnentemperatuur behouden blijft.
3) Bepaal de juiste stooklijncurve
De fabrikant geeft de mogelijkheid om een voetpunt en eindpunt in te stellen of stelt standaard een stooklijncurve voor in functie van de (bestaande of nieuwe) cv-installatie. Deze standaardstooklijn dient door de installateur te worden gevalideerd, om zo een optimaal rendement van de installatie te garanderen.
De eerste stap bij het bepalen van de stooklijn is het achterhalen van de maximale benodigde aanvoertemperatuur. In een gebouw met radiatoren doe je dat door het benodigde vermogen per radiator te bepalen en de daarvoor noodzakelijke aanvoertemperatuur. Als er nieuwe radiatoren zijn geïnstalleerd (zoals in nieuwbouw of in een doorgedreven renovatie) zijn de ontwerptemperaturen bekend, dus dat is handig.
bv. In de keuken is er een aanvoertemperatuur van 55 °C nodig om bij een ontwerptemperatuur van -7 °C tot een ruimtetemperatuur van 21 °C te komen. In de woonkamer is een aanvoertemperatuur van 60 °C nodig voor hetzelfde comfort. Dat is meteen de hoogst gevraagde aanvoertemperatuur in de woning, en dus de aanvoertemperatuur die bepalend is voor de keuze van de stooklijncurve. Op het stooklijnschema van de desbetreffende ketel zie je welke lijn 60 °C garandeert bij -7 °C. Dit is in dit geval de geschikte stooklijn voor dit verwarmingscircuit.
Bij gebruik van bestaande radiatoren kan de benodigde aanvoertemperatuur worden geschat op basis van het EPC-label van de woning en het type radiatoren. Zo heeft een woning met EPC-label C typisch een warmtebehoefte van ongeveer 70 à 90 W/m², terwijl dit bij een label A-woning vaak minder dan 50 W/m² is. In een woonkamer van 35 m² met label C komt dat bijvoorbeeld neer op een benodigd vermogen van circa 2.800 W.
Vervolgens wordt nagegaan of de aanwezige radiatoren dit vermogen nog kunnen leveren bij lagere aanvoertemperaturen. Een moderne type-22 radiator kan dit vermogen bijvoorbeeld al halen bij een aanvoertemperatuur van 60 °C, terwijl een oudere of kleinere radiator mogelijk 65 °C of meer nodig heeft. De hoogste benodigde aanvoertemperatuur in de woning bepaalt uiteindelijk het eindpunt van de stooklijn en vormt zo het uitgangspunt voor een efficiënte afregeling van de installatie.
4) Optimaliseer de stooklijn
De tijd dat de stooklijn hoger werd ingesteld dan nodig, laten we beter achter ons. Het is voordeliger voor de portemonnee en het milieu om te kiezen voor een lagere stooklijn, en die samen met de klant te evalueren na een eerste winterseizoen.
Een extra bezoek aan de klant is hiervoor niet altijd nodig. Dankzij monitoring op afstand, kunnen stooklijnen vanop afstand worden bijgesteld.
Verder kan het ook interessant zijn om te kiezen voor een adaptieve stooklijn of een parallelle stooklijn:
- een adaptieve stooklijn is in feite een zelflerende stooklijn waarbij de regelaar de meest efficiënte warmtecurve berekent. De volledige optimalisatie duurt 6-8 uur. De warmtecurve wordt automatisch aangepast aan de lokale omstandigheden. Als de gewenste kamertemperatuur niet wordt bereikt, wordt de stooklijn verhoogd (hogere aanvoertemperatuur). Als de gewenste kamertemperatuur wordt overschreden, wordt de stooklijn verlaagd (lagere aanvoertemperatuur).
- een parallelle stooklijn houdt rekening met de kamerthermostaat en verschuift de stooklijn parallel in functie van de gewenste kamertemperatuur. Dit type stooklijn wordt het vaakst gebruikt in combinatie met een gasketel en bij installaties die grotere compensaties nodig hebben, zoals in minder goed geïsoleerde woningen. bv. als de stooklijn 0.4 gekozen is en de gewenste kamertemperatuur is 21 °C, dan is er bij -5 °C een aanvoertemperatuur nodig van 40 °C. Daalt de gewenste kamertemperatuur naar 20 °C, dan verschuift de stooklijn automatisch parallel naar beneden en is een aanvoertemperatuur van 35 °C bij -5 °C voldoende.
5) Geef zeker ook een minimale en maximale aanvoertemperatuur in
Behalve de stooklijn, dient ook een minimale en maximale gewenste aanvoertemperatuur te worden ingegeven.
6) Hou nachtverlaging beperkt
Bij vloerverwarming raadt men aan om de kamertemperatuur ‘s nachts maar 1 à 2 °C te laten zakken tegenover de comforttemperatuur. Bij radiatoren kan een verlaging met 2 à 4 °C, maar hou er rekening mee dat er ‘s morgens dan wel extra ketelvermogen nodig is om de ruimte opnieuw op comforttemperatuur te brengen.
De vraag is dan ook of de besparing die werd gerealiseerd met de nachtverlaging opweegt tegen het extra vermogen dat nodig was om de kamer opnieuw op temperatuur te brengen. Soms komt het ook voor dat de gewenste kamertemperatuur na een nachtverlaging niet tijdig wordt gehaald. Een geoptimaliseerde start, waarbij de ketel automatisch vroegtijdiger opstart om tijdig de gewenste temperatuur te halen (bv. tegen 7u ‘s morgens) kan dan een oplossing zijn.
Met dank aan Bosch Thermotechnology en Vaillant


