Van meten naar bijsturen: de weg naar betere gebouwprestaties
Bart Merema (Buildwise)
Slimme gebouwtechnologieën zijn vandaag de dag al ruim beschikbaar. Toch blijft hun potentieel in de praktijk vaak onderbenut. Gebouwbeheersystemen verzamelen grote hoeveelheden data, maar de vertaalslag naar concrete optimalisaties ontbreekt nog te vaak. Tijdens het kennisevent BuildUp liet Bart Merema, R&D scientist bij Buildwise, zien hoe Building Automation & Control Systems (BACS) bijdragen aan efficiënter energiebeheer en betere gebouwprestaties.
Meten, analyseren, bijsturen en verifiëren
"We stoppen mooie technieken in gebouwen, maar wanneer we een jaar later naar de performantie kijken, vallen die soms tegen", stelde Bart Merema. Een installatie kan technisch geavanceerd zijn en toch onnodig energie verbruiken. Denk aan een ventilatiesysteem dat ook in het weekend draait, wanneer niemand op kantoor is, of aan twee installaties die elkaar tegenwerken. De uitdaging is om zulke problemen tijdig te herkennen en er iets mee te doen.
Met Building Automation & Control Systems (BACS) kun je de prestaties gaan monitoren, bijhouden en bijsturen. "Het doel is om maand na maand en jaar na jaar te benchmarken. Zien we een verbetering of een dalende trend? Zijn er energie-efficiënties die we kunnen detecteren en wat doen we ermee?" BACS is volgens Merema meer dan een gebouwbeheersysteem. Het omvat functies en systemen, zoals een gebouwbeheersysteem en een energiemanagementsysteem, maar ook de communicatie en protocollen ertussen, en hardware zoals sensoren en actuatoren. Ook het binnenklimaat speelt een rol, met metingen van bijvoorbeeld temperatuur, relatieve vochtigheid en CO2. Daarnaast komt de verlichtingsregeling aan bod.
De BACS-eis is vanuit Europa geïmplementeerd en is verplicht voor gebouwen met meer dan 290 kW. In de toekomst wordt dit verlaagd naar 70 kW. Dat zijn alle niet-residentiële gebouwen.
"Een verplichting is mooi, maar we willen er ook effectief iets gaan uithalen", aldus Merema. Om er die waarde uit te halen, beschreef Merema vier stappen: monitoren, analyseren, bijsturen en verifiëren. "Eerst monitoren we. Veel gebouwen hebben al data en er zijn tal van tools die het energieverbruik en andere gegevens overzichtelijk tonen, zonder dat iemand alles handmatig uit het gebouwbeheersysteem moet halen. Daarna analyseren we afwijkingen, trends en verbetermogelijkheden. Maak bijvoorbeeld een grafiek van het energieverbruik over een dag of een jaar: draait een installatie alleen tijdens de gewenste uren, of ook in het weekend? Op basis van die inzichten sturen we bij. Als laatste stap verifiëren we of de aanpassing het gewenste effect heeft gehad. Communicatie tussen de betrokken partijen is daarbij belangrijk."
COOCK+ DNA

Die stap van data naar actie staat centraal in het onderzoeksproject COOCK+ Data naar Actie (DNA). Buildwise voert het project samen met Sirris uit, met ondersteuning van Flux50. Het project ging in januari 2026 van start en zal drie jaar duren.
Het project richt zich op bestaande gebouwen om daar een detectiekader te ontwikkelen. In veel van die gebouwen zijn al meetgegevens beschikbaar. De vraag is hoe je daarmee inefficiënties kunt detecteren en welke acties vervolgens zinvol zijn. In gebouwen met weinig of geen meetvoorzieningen begint het werk eerder. De vraag die men vaak stelt, luidt: waar begin je? Volgens Merema is het voldoende om eerst een basismonitoringsysteem te installeren om van daaruit de juiste functionaliteiten te gaan implementeren. Aan de hand van pilootgebouwen wil het project tonen hoe zo'n detectie- en actiekader in de praktijk werkt.
Via een ondervraging aan onder meer producenten, gebouwbeheerder en installateurs, brengt Buildwise mogelijke foutscenario's in kaart. Die worden gelinkt aan de impact, de detecteerbaarheid en de rol van BACS, datapunten en de mogelijke acties. Een ventilatiesysteem dat langer draait dan nodig, kan via gebruiksgegevens en tijdschema's worden opgespoord. Systemen die voortdurend op vollast werken, kunnen aanleiding geven om de regeling te onderzoeken. Merema wees er wel op dat niet alle inefficiënties detecteerbaar zijn met BACS.
"Een BACS-verplichting is mooi, maar we willen er ook effectief iets gaan uithalen"
Welke BACS-functionaliteiten bestaan er?
- Tijd- en gebruiksafhankelijke sturing: bv. installaties laten werken volgens het gebruik van het gebouw.
- Vraaggestuurde regeling: bv. ventilatie aanpassen aan temperatuur of CO2.
- Geoptimaliseerde setpoints: bv. reset van temperatuur.
- Coördinatie tussen installaties: bv. een luchtgroep met primaire installatie mag niet tegen elkaar inwerken.
- Detectie & diagnose
- Monitoring & prestatie-opvolging
Integratie is meer dan systemen koppelen
Volgens Merema moet je eerst bekijken welke prestaties je wil verbeteren en welke acties daarvoor mogelijk zijn. Pas daarna bepaal je de nodige meetpunten, structuur en kwaliteit van de data. Vervolgens ga je na welke protocollen, interfaces en componenten je moet verbinden. De laatste stap, is volgens Merema de moeilijkste: organisatie. Wie beoordeelt er, wie is er verantwoordelijk voor wat en wie volgt op? Een alarm heeft bijvoorbeeld weinig nut wanneer niemand weet wie het moet beoordelen of welke actie erop volgt.
Monitoring stelt dus heel wat inefficiënties bloot. Merema illustreerde dat aan de hand van twee voorbeelden. Het eerste voorbeeld betrof twee leslokalen in een nieuwbouw bovenop een bestaand gebouw van de KU Leuven in Gent. Het ventilatiesysteem daar reageert op temperatuur en CO2. De monitoring toonde aan dat het ventilatiedebiet steeg wanneer de CO2-concentratie in een lokaal opliep. Vergeleken met een systeem met constant debiet werd een elektriciteitsbesparing van meer dan 40 procent op de ventilator en een verwarmingsbesparing van meer dan 32 procent berekend.
Diezelfde gegevens brachten ook een probleem aan het licht: de warmtewisselaar werd te vroeg omzeild, waardoor de verwarmingsbatterij moest bijverwarmen. Monitoring maakte dus zowel de meerwaarde van de regeling als een verbetermogelijkheid zichtbaar.
Een tweede voorbeeld is het hoofdgebouw van Buildwise in Zaventem. Bij een eerste beoordeling van de BACS-functionaliteiten kreeg het gebouw de laagste klasse, D. Na verbeteringen, waaronder een model predictive control (MPC) en een systematische rapportage van de prestaties, bereikte het globaal klasse C. Het beoogde doel is klasse B. Slimmere aansturing van de zonwering en van de opslag voor sanitair warm water zijn nog mogelijke verbeterpunten.
De MPC-regeling stuurt onder meer drie geothermische warmtepompen aan. Volgens de gemeten gegevens is de regeling ongeveer 85 procent van de tijd actief en blijft de temperatuur 97,5 procent van de tijd binnen het ingestelde bereik. De geschatte besparing bedraagt ongeveer 20 procent, of zo'n 10.000 euro. Merema benadrukte tegelijk dat niet elk gebouw meteen zo'n regeling nodig heeft. Voor een school kan energiemonitoring, gevolgd door gerichte aanpassingen, een logische eerste stap zijn.
De boodschap van zijn presentatie is daarmee helder: een slim gebouw meet niet alleen, maar weet ook wanneer het moet ingrijpen - het liefst op een automatische manier - én bewijst nadien ook het effect.
Wie is Bart Merema?
Bart Merema is R&D scientist bij Buildwise en actief in onderzoek rond gebouwautomatisering, HVAC-systemen en energiebeheer. Hij werkt aan projecten gericht op het verbeteren van de effectiviteit van BACS in de praktijk, met specifieke aandacht voor data-analyse, slimme sturing en integratie van systemen in bestaande gebouwen. Hij heeft een achtergrond in toepassingen ontwikkelen voor model predictive control voor HVAC-systemen in gebouwen en gebouwmonitoring.