naar top
Menu
Logo Print
18/12/2018 - LAURENS PENNINCK

BEREKENING SPECIFIEKE WARMTEAFGIFTE

algemene foto

De basis voor een goede dimensionering die verloopt volgens de norm NBN EN 1264-3, is de combinatie van de karakteristieke curve en de grenscurven. De eerstvolgende stap is de berekening van de nominale thermische belasting. Die wordt bepaald in overeenstemming met NBN EN 12831. Aangezien het bij vloerverwarming draait om een specifieke warmteafgifte naar boven, moet men geen rekening houden met de verliezen en winsten door de verwarmde vloer. De ontwerpwaarde voor de specifieke warmteafgifte voor elke ruimte van het gebouw is gelijk aan de ontwerpwaarde voor de warmtebelasting, gedeeld door de oppervlakte van de verwarmde vloer.

qdes = φHL / AF

De oppervlakte van de verwarmde vloer kan kleiner zijn dan de volledige vloeroppervlakte. De aanwezigheid van bepaalde uitrustingen, zoals een bad of een ingerichte keuken, beperkt immers de oppervlakte. Toch kan het nuttig zijn om ook onder bepaalde uitrustingen vloerverwarmingsbuizen te plaatsen om het temperatuurverschil met de rest van de verwarmde vloer beperkt te houden. Wanneer de ontwerpwaarde voor de specifieke warmteafgifte groter is dan de waarde van de grenscurve van het vloerverwarmingsysteem voor een woonzone, kan de installateur kiezen voor een randzone of bijkomende verwarmingslichamen. Indien men voor een randzone opteert, moet men allereerst de oppervlakte en de benodigde specifieke warmteafgifte bepalen. De breedte langs de buitenwanden mag maximaal 1 m bedragen. Om de specifieke warmteafgifte te verdelen over de randzone en de woonzone, moet men de volgende voorwaarde respecteren:

qdes ≤ (AR /AF) qR + (Aa / AF) qA = (ArqR + AAQA) / AF

Om de oppervlakte van de woonzone te berekenen, geldt de volgende formule:

 AA = AF - AR

 De woonzone wordt gedimensioneerd voor de maximale waarde. De specifieke warmte­afgifte moet daarvoor groter dan of gelijk zijn aan de volgende formule:

 qR ≥ (AFqdes – AAqG)/ AR

 De specifieke warmteafgifte voor de randzone moet bovendien lager liggen dan de waarde van de grenscurve van de randzone. Als dat niet het geval is, zijn er extra verwarmings­lichamen nodig. Hetzelfde geldt voor de benodigde watertemperatuur.