naar top
Menu
Logo Print
25/11/2019 - FLORUS TACK

“WE MOETEN RADICAAL MEER DOEN VOOR DE ENERGIETRANSITIE"

ODE Vlaanderen neemt Vlaams regeerakkoord op de korrel

ode
Beleidsmedewerker Jozefien Vanbecelaere en Bram Claeys, algemeen directeur ODE Vlaanderen 

De Organisatie voor Duurzame Energie-Vlaanderen heeft een duidelijk doel: komaf maken met fossiele brandstoffen. ODE zet overheden en de duurzame-energiesector samen rond de tafel om dat te verwezenlijken. “We kunnen in Vlaanderen een belangrijke bijdrage leveren aan de transitie naar duurzame energie", vat algemeen directeur Bram Claeys de visie van ODE samen. “Tegen 2050 willen we dat al onze energie hernieuwbaar is, niet alleen om elektriciteit op te wekken, maar ook voor verwarming, transport en industrie."

HET BELANG VAN INSTALLATEURS

ODE Vlaanderen overkoepelt vijf technologieplatformen die rond de volgende thema's werken: zonne-energie, windenergie, bio-energie, warmtepompen en warmtenetten. Onder meer door premies en energienormen beginnen duurzame technologieën als warmtenetten, zonneboilers en vooral warmtepompen meer succes te krijgen. De sectororganisatie werkt daarom nauw samen met Techlink, een beroepsfederatie die onder andere de installateurs van warmtepompen vertegenwoordigt. “Dankzij die structurele samenwerking weten we wat er leeft bij installateurs en tegen welke problemen zij aanlopen. Er is vandaag een groot gebrek aan goed opgeleide installateurs. Als we onze doelstellingen willen halen, bijvoorbeeld door massaal warmtepompen te installeren en zo fossiele brandstoffen uit te faseren, dan zullen er meer installateurs nodig zijn. Samen met Techlink en COGEN, de sectororganisatie voor warmte-krachtkoppeling, hebben we daarom een opleidingspakket samengesteld om installateurs beter te informeren, niet alleen zodat ze warmtepompen correct kunnen installeren, maar ook zodat ze die kunnen verkopen aan hun klanten. Installateurs kunnen zo een belangrijke rol spelen in de energietransitie."

KENNISKLOOF

De kenniskloof beperkt zich evenwel niet tot installateurs. “In het algemeen is er in de bouwsector nog te weinig geweten over de 'minder bekende technologieën', zoals zonneboilers en warmtenetten. Er is bijvoorbeeld ook nood aan het beter opleiden, informeren en motiveren van ingenieurs en architecten. Bij een grondige verbouwing of nieuwbouw is de architect de aangewezen persoon om zijn klant te overtuigen van duurzame energietechnieken. We proberen die beroepsgroep al enkele jaren mee te krijgen, maar dat lukt niet altijd even goed."

De juiste informatie

Het belang van correcte cijfers in deze sector kan daarom niet onderschat worden, vindt Claeys. “Er doen nogal wat fabels en foute cijfers de ronde. Onlangs nog hoorde ik iemand beweren dat een warmtepomp netto meer CO2 zou veroorzaken dan een aardgasketel, omdat er elektriciteit voor moet worden opgewekt. Dat klopt natuurlijk niet. Om zulke nonsens uit de wereld te helpen, proberen we zo neutraal en objectief mogelijke informatie te verspreiden onder onze leden, bijvoorbeeld door beleidsbeslissingen te vertalen naar begrijpelijke boodschappen. Zo zijn installateurs op de hoogte van de recentste ontwikkelingen en kunnen ze die doorgeven aan hun klanten. Onlangs hebben we ook een tool ontwikkeld om de verschillende verwarmingssystemen met elkaar te vergelijken op het vlak van CO2-uitstoot, energiebesparing en kosten. Op die manier heeft iedereen in de sector dezelfde, correcte cijfers."

Installatiegemak

De juiste opleiding en informatie zijn belangrijk, maar ODE wil ook de mythe uit de wereld helpen dat duurzame energietechnieken moeilijk te installeren zijn. “Veel installateurs hebben vandaag het idee: een warmtepomp, dat is veel te complex, daar begin ik niet aan", zegt Jozefien Vanbecelaere, beleidsmedewerker bij ODE Vlaanderen. “Hen willen we duidelijk maken dat dat niet het geval is. Bovendien bieden bijna alle fabrikanten kant-en-klare oplossingen die je heel gemakkelijk kan installeren."

Voor ODE gaat de energietransitie dus niet alleen om de juiste opleidingen en informatie, maar ook om een mentaliteitswijziging. Die komt volgens Vanbecelaere gestaag op gang. “Meer en meer komen jonge, progressieve installateurs op de proppen die enthousiast zijn over nieuwe en duurzame technologie. Het is belangrijk om ook de kaart te trekken van die groep installateurs, zodat ze een inspiratiebron kunnen zijn voor hun collega's."

“Er zal altijd wel wat weerstand zijn tegen verandering, maar wie geïnteresseerd is in bouwtechnieken en daar zijn carrière van wil maken, doet er goed aan om in te zetten op energie-efficiëntie, duurzame gebouwen en warmtepompinstallaties", zegt Claeys. “Ik denk dat de duurzame-energiesector een sector met toekomst is, en dat we nog maar aan het begin van de curve staan."

"Het is niet logisch dat elektriciteit, waar we tenslotte veel van verwachten voor de energietransitie, meer wordt belast dan aardgas en stookolie"

LASTENVERSCHUIVING

Maar hoezeer de installateur ook overtuigd is van duurzame energiebronnen, het blijft natuurlijk de klant die beslist welke verwarmingsinstallatie hij laat plaatsen. Vaak wordt die klant afgeschrikt door de hoge prijs van sommige hernieuwbare-energiesystemen. Volgens Claeys en zijn team ligt een groot stuk van de oplossing daarvoor bij een lastenverschuiving, van elektriciteit naar fossiele brandstoffen. “Het is niet logisch dat elektriciteit, waar we tenslotte veel van verwachten voor de energietransitie, meer wordt belast dan aardgas en stookolie", zegt Claeys. “Bovendien, we hebben dat berekend, kan zo'n lastenverschuiving op een manier die de energiefactuur niet verhoogt. We willen het mensen die het vandaag al moeilijk hebben om hun energiefactuur te betalen niet nog moeilijker maken. Elektriciteit zou na zo'n lastenverschuiving dan minder kosten, terwijl aardgas en stookolie wel duurder worden. Op het einde van de rit blijft de rekening gelijk. Mensen zullen hun kapotte aardgasketel enkel vervangen door een duurzamer stooktoestel als ze er geld mee kunnen besparen. Daarom is die lastenverschuiving essentieel. Techlink steunt ons ook in die beleidsvraag. Helaas heeft de nieuwe Vlaamse regering daar niets over opgenomen in haar regeerakkoord."

REGEERAKKOORD

Wat wel in dat regeerakkoord staat, is dat vanaf 2021 geen stookolieketels meer mogen worden geplaatst bij een ingrijpende renovatie of bij nieuwbouw. Een goede zaak, vinden Claeys en Vanbecelaere, al was dat volgens hen de facto al het geval - er worden jaarlijks nog maar een paar duizend stookolieketels geplaatst. “Een belangrijker punt is dat een kapotte stookolieketel vanaf 2021 ook niet meer mag worden vervangen als er aardgas in de straat ligt. Dat is nieuw. Het is nu onze uitdaging om ervoor te zorgen dat mensen dan niet meer voor een gewone aardgasketel kiezen, maar wel voor een duurzamere toepassing."

co2
CO2-uitstoot van de verschillende verwarmingssystemen en sanitair warm water (Bron: Thermiek i.o.v. ODE 2019)

Die overgang zal wellicht een grotere uitdaging vormen. “Veel mensen beseffen vandaag dat stookolie niet de meest milieuvriendelijke brandstof is, maar bij aardgas hebben ze vaak nog het idee dat ze goed bezig zijn. We moeten de boodschap brengen dat er betere oplossingen zijn. Het moet mogelijk zijn om tegen 2030 ook aardgasketels uit te faseren."

De juiste toepassing op de juiste plaats

Die betere oplossing hoeft overigens niet per se een warmtepomp te zijn. “Voor ons gaat het om het volledige verhaal: de beste toepassing is de toepassing die ingezet wordt waar ze het meest gepast is. Een warmtenet kan bijvoorbeeld in het stadscentrum de beste oplossing zijn, terwijl een paar kilometer verder warmtepompen dan weer de betere oplossing zijn. We willen vooral dat traditionele vormen van verwarming verdwijnen en dat je, afhankelijk van je situatie, kan kiezen voor de beste duurzame oplossing."

“We moeten mensen ook niet alleen overtuigen van een warmtepomp met het feit dat ze milieuvriendelijk is, maar ook dat ze veel voordeel levert op het vlak van comfort. Dat een warmtepomp ook kan koelen zal bijvoorbeeld steeds belangrijker worden. Onze huizen zijn steeds beter geïsoleerd, waardoor verwarming relatief minder belangrijker wordt, terwijl sanitair warm water en koeling dan weer belangrijker worden. De zomers zullen door de klimaatverandering warmer worden en er zullen meer hittegolven zijn. Dat speelt dus ook mee in de keuze voor een warmtepomp."

Wetgeving

Nog in het regeerakkoord: het minimumaandeel hernieuwbare energie in een nieuwbouw of ingrijpende renovatie moet omhoog. “Nu leggen veel mensen een paar zonnepanelen om dat aandeel te halen, maar we willen dat er ook wordt geïnvesteerd in groene warmte. Misschien is het zelfs een idee om afzonderlijke doelstellingen op te leggen voor hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte. Onze wetgeving daarrond is nu al beter dan die van de meeste Europese lidstaten, en ook dan die van Wallonië - als het goed is mogen we het ook zeggen."

Status quo

Er staan dus een aantal positieve punten in het regeerakkoord, maar de belangrijkste vaststelling is toch dat het 'business as usual' blijft, vinden Claeys en Vanbecelaere. “Er worden geen grote drama's veroorzaakt, maar er wordt ook niet veel meer gedaan dan wat we de afgelopen jaren al deden", zegt Claeys. “Terwijl we net radicaal meer moeten doen. Zelfs de Europese Commissie zegt tegen België dat we veel te weinig doen: ons aandeel hernieuwbare energie zou bijvoorbeeld veel hoger moeten liggen. Hetzelfde met het aandeel warmtepompen, zonnepanelen en windmolens waar de Vlaamse regering op mikt: dat is maar de helft van wat mogelijk is volgens berekeningen van VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek. We kunnen veel meer doen, maar de Vlaamse regering houdt de status quo in stand."

"Zelfs de Europese Commissie zegt tegen België dat we veel te weinig doen: ons aandeel hernieuwbare energie zou bijvoorbeeld veel hoger moeten liggen"

Gemiste kans

Net omdat de energietransitie volgens ODE veel sneller kan gaan door een duidelijke visie en dito regelgeving, vindt de organisatie het regeerakkoord een gemiste kans. “We leven natuurlijk in een land met een torenhoge belastingdruk. Maar we zijn ervan overtuigd dat er overgeschakeld kan worden op hernieuwbare energie zonder een aanslag te plegen op de portefeuille van de mensen. Het wordt soms allemaal wat zwaarder voorgesteld dan het eigenlijk is. Al wil ik daar meteen bij zeggen dat we niet kunnen doen alsof alles vanzelf zal gebeuren en er geen investeringen zullen nodig zijn. We zitten nu op een moment dat het allemaal heel snel moet gaan, en natuurlijk zullen we daar iets van merken. De idee dat het allemaal via 'zachte overtuiging' zal lukken, daar geloof ik niets van. Maar via normering zullen we wel slagen in de energietransitie. In het verleden zijn er al succesvolle transities gebeurd op die manier, denk maar aan de overschakeling van gloeilampen naar spaar- en ledlampen."