naar top
Menu
Logo Print
16/09/2019 - ELISE NOYEZ

STAPPENPLAN VOOR EEN ACCURATE VERBRANDINGSGASANALYSE

CORRECT METEN KAN PAS NA CORRECTE 'NULLING'

Meten is weten. Het is een gekend devies. Ook in de verwarmingssector, waar de verbrandingsgasanalyse een verplicht onderdeel vormt van de keuring van elke gasketel en stookolieketel. Al ettelijke jaren moet dat in België met behulp van een elektronisch meettoestel. Eenvoudig, toch? Want quasi alle metingen en eventuele conversies gebeuren automatisch. Maar let op, ook dat andere klassieke adagium is hier van tel: haast en spoed is zelden goed. Voor een correcte meting moet u uw toestel immers niet alleen van binnen en van buiten kennen, u dient vooral ook de actuele gesteldheid ervan te controleren. Deze stappen mag u daarom niet overslaan.

rookgasanalyse, verbrandingsgasanalyse, Euro Index

1. CONTROLEER DE LUCHTDICHTHEID VAN UW MEETINSTRUMENTEN

Alvorens de meting uitgevoerd kan worden, moet de luchtdichtheid van het meetinstrument gecontroleerd worden. Dat geldt zowel voor de elektronische meettoestellen als voor rookindexpompen en drukmeters. Kan men de luchtdichtheid niet garanderen, dan is het namelijk mogelijk dat er tijdens de meting lucht uit de opstellingsruimte aangezogen wordt en dat de verbrandingsgassen dus verdund worden, met incorrecte meetresultaten tot gevolg.

Elektronische meettoestellen hebben een aantal gevoelige onderdelen, waaronder bijvoorbeeld de koppeling van sonde en handvat, het filterhuis en de aansluitingen van de meetslangen. Schade aan deze onderdelen – ten gevolge van bijvoorbeeld een val – is vaak niet met het blote oog te ontwaren. De luchtdichtheid van het instrument (of op zijn minst de sonde) moet dan ook actief getest worden. Dat doet u door de meetopeningen volledig af te sluiten en vervolgens de pomp of een externe blaasbalg te activeren. Trekt het vacuüm, dan is de luchtdichtheid gegarandeerd.

Hoewel sommige elektronische meettoestellen zo’n test herkennen – u krijgt bijvoorbeeld de melding ‘onderdruktest geslaagd’ – gebeurt ze vooralsnog niet automatisch bij de opstart. De wetgever vraagt ook geen melding van de test op de verbrandingsattesten, maar beschouwt het wel als verantwoordelijkheid van de technicus.

rookgasanalyse, verbrandingsgasanalyse
Via het elektronisch meettoestel kan u de resultaten van de meting doorgaans rechtstreeks doorsturen

2. VOER DE NULPUNTINSTELLING UIT

Bij de opstart van een elektronisch meettoestel wordt steeds een ‘nulling’ of nulpuntinstelling doorgevoerd. Die heeft twee cruciale functies: het controleren van de meetcellen enerzijds en het bepalen van de referentiewaarden anderzijds.

Controle meetcellen

Elektronische meettoestellen beschikken over verschillende meetcellen voor het bepalen van de verschillende parameters. Omdat deze cellen gevoelig zijn voor condens, wordt bij de opstart van het toestel de uitgangsspanning op de meetcellen gecontroleerd.

Als die spanning constant is, kan u verder met de meting. Zo niet, dan verschijnt er een foutmelding en moet u, afhankelijk van de oorzaak, het toestel laten drogen of de cellen vervangen. Let wel: ook bij een foutmelding kan u nog steeds een meting uitvoeren, al zullen de resultaten in geen geval betrouwbaar zijn.

Referentie bepalen

Opdat de meetresultaten in het toestel correct geanalyseerd kunnen worden, heeft elk toestel een referentie nodig. Daartoe moet u op het toestel niet enkel de juiste brandstof aanduiden, maar dient u ook een nulmeting te doen. Zo gebruikt het toestel de elektrische spanning op zijn meetcellen om standaard de O2-waarde op 21% en de CO-waarde op 0 mg/kWh in te stellen. Omdat dit totaal onafhankelijk van de werkelijke concentratie in de aangezogen gasstroom gebeurt, is het van essentieel belang dat deze nulling plaatsvindt in een omgeving met verse, zuivere lucht. Lees: niet in het stooklokaal!

Voert u de nulling uit in een stooklokaal waar zich eventueel al een verbrandingsproblematiek voordoet, dan zal het toestel die meting immers als normaal beschouwen, en wordt het probleem (bv. een verhoogde CO-concentratie) bij de daadwerkelijke meting mogelijk niet opgemerkt.

Ook enkele verborgen parameters spelen hier overigens een rol.

Verborgen parameters

Elk meettoestel omvat een reeks interne instellingen, waaronder de luchtdruk, de CO2,max ... Het toestel hanteert deze parameters om de resultaten van de meting te kunnen interpreteren en, indien nodig, converteren naar de juiste parameters.

Toestellen voor de Belgische markt zijn normaliter afgesteld op de atmosferische druk op zeeniveau. Voor de CO2,max wordt gebruikgemaakt van vaste waarden eigen aan het brandstoftype, al bestaat daarover vandaag nog steeds discussie. Afhankelijk van de toestelfabrikant zal er namelijk gebruikgemaakt worden van ofwel de (onveranderende) theoretische waarden, ofwel de jaarlijkse gemiddelden zoals gecommuniceerd door o.a. gas.be. In dat laatste geval worden de waarden tijdens de kalibratie gecontroleerd en, indien nodig, geüpdatet.

Voorlopig is er echter geen controle op deze parameters. Ze dienen niet in het verbrandingsattest opgenomen te worden, noch verschijnen ze noodzakelijk op het meetuittreksel. In veel gevallen zijn ze zelfs in het toestel niet raadpleegbaar. Dat, terwijl er dus verschillende waarden circuleren voor de CO2,max en ook dergelijke veronderstelde (of verborgen) waarden een invloed hebben op (de juistheid van) de meetresultaten.

Veel impact hebt u hier vandaag helaas niet op (er is ook nog geen regelgevend kader omtrent de ‘juiste’ CO2,max), maar wees u er in ieder geval van bewust. Probeer bijvoorbeeld al zo veel mogelijk van dergelijke parameters te achterhalen of op te vragen bij de fabrikant, en maak er ten minste in uw eigen administratie nota van.

3. KIES DE JUISTE TEMPERATUURSONDE

Een evidentie, en toch: gebruik voor het juiste toestel ook de juiste sonde. De rookgassonde is een standaard en verplicht onderdeel van elk meettoestel, maar bij de tweede temperatuursonde kan u al eens missen. Gebruik de korte temperatuursonde voor toestellen met open verbrandingskring (type B), en de lange temperatuursonde voor toestellen met gesloten verbrandingskring (type C). Zorg ook dat de sondes steeds correct aangebracht worden. De verbrandingsgassen moeten in de kernstroom gemeten worden!

rookgasanalyse, verbrandingsgasanalyse
De druk mag zowel analoog als elektronisch gemeten worden

4. VOEG NIET ZOMAAR MEETOPENINGEN TOE

Het meten gebeurt overigens altijd aan de uitstroom bovenaan (of, in sommige gevallen, achteraan) het stooktoestel. Recente ketels (productie vanaf 2007) zijn daarvoor reeds voorzien van de nodige, representatieve meetopeningen, maar dat geldt niet voor oudere toestellen. In dat geval zijn er twee opties:

  • is het toestel als type B opgesteld, dan kan u – in het geval dat bij eerdere keuringen nog niet gebeurde – zelf de meetopeningen of een aangepast schouwelement aanbrengen. Raadpleeg hiervoor de desbetreffende code van goede praktijk van het ATTB;
  • bij een toestel type C is het niet mogelijk, noch toegelaten, om zelf meetopeningen aan te brengen. Een meting via de interne onderhoudsopening, zoals wel eens door ketelfabrikanten wordt voorgesteld, mag evenmin. Oudere toestellen die als type C zijn opgesteld, zijn in Vlaanderen en Wallonië dan ook vrijgesteld van de verbrandingsgasanalyse. In Brussel geldt die vrijstelling sinds kort niet meer en moeten dergelijke toestellen per definitie vervangen worden.

5. ACTIVEER DE JUISTE TESTMODUS

Ter hoogte van het stooktoestel zelf is er overigens niet alleen aandacht nodig voor de meetopeningen. U dient ook de regeltech­nische aspecten van de ketel onder de knie te hebben. Dat betekent dat u goed moet weten op welke manier u het juiste testprogramma van de ketel activeert, en net dat kan van fabrikant tot fabrikant verschillen. Hou daarbij tevens in de gaten of u op vollast dan wel op laaglast (of zelfs deellast) test. Het eerste is altijd verplicht; het tweede en derde slechts in bepaalde gevallen.

Onthoud in ieder geval dat het activeren van de juiste testmodus meer inhoudt dan enkel een korte duw op het symbooltje van de schoorsteenveger!

rookgasanalyse, verbrandingsgasanalyse, Testo
Een van de belangrijkste aandachtspunten is om lang genoeg te meten. Dat betekent: totdat de O2- en de CO-waarden gestabiliseerd zijn. De temperatuur zal evenwel blijven variëren

6. MEET VOLDOENDE LANG

Om een representatief meetresultaat te bekomen, moet er een bepaalde hoeveelheid verbrandingsgassen langsheen de meetcellen passeren. Die hoeveelheid is bij de meeste meettoestellen gelijkaardig, maar aangezien de lengte van de sondes en de sterkte van de interne pomp tussen de verschillende merken kunnen verschillen, varieert ook de duur van een representatieve meting. Als vuistregel geldt dat een meting ten einde is wanneer de O2- en de CO-waarden gestabiliseerd zijn.

Het bewaken van de juiste duurtijd van de analyse toont zich nog al te vaak problematisch bij het meten op maximaal vermogen. Als de warmte die door het stooktoestel gegenereerd wordt, niet weg kan, zal de ketel immers stoppen alvorens de verbrandingsgasmeting voltooid is. Zelfs wanneer alle radiatoren opengedraaid worden, komt dit, vanwege de overdimensionering van heel wat stook­toestellen, nog veelvuldig voor. In dat geval kan er dus geen correcte verbrandingsgasanalyse uitgevoerd worden.

Om dit euvel te omzeilen, wordt de vollasttest daarom vaak in SWW-modus uitgevoerd. Sommige ketelfabrikanten hebben hun testmodi hier zelfs op afgestemd. En hoewel de wetgeving voorschrijft dat de verbrandingsgasanalyse steeds in cv-modus gebeurt, worden de resultaten van een vollasttest op SWW, indien ze aan de wettelijke vereisten voldoen, ook door de sector aanvaard.

7. CONTROLEER UW MEETTOESTEL OP DRIFT

Van de eerste luchtdichtheidstest over de initiële meting, het onderhoud en de tweede rookgasmeting … een volledige verbrandingsgasanalyse vergt best wat tijd. In die periode kunnen er bovendien een aantal zaken veranderen. Bijvoorbeeld: verouderde meetcellen kunnen ‘driften’ of verlopen, ze kunnen aangetast worden door condens in het toestel of er kunnen elektrische interferenties optreden. Daarom moet de initiële nulpuntinstelling na afloop van alle metingen en onder dezelfde omstandigheden als de oorspronkelijke nulling nogmaals geverifieerd worden.

Blijven de waarden bij die controlemeting ongewijzigd, dan zijn de verschillende verbrandingsgasmetingen geslaagd. Wijken de resultaten echter af van de oorspronkelijke nulling, dan hebben er zich storingen voorgedaan. In dat geval moet de oorzaak – condens, inter­ferenties door het laden van het toestel … – eerst geëlimineerd worden alvorens het meetproces te herhalen.

rookgasanalyse, verbrandingsgasanalyse
Maak na afloop steeds de condensopvang van het toestel leeg

8. BERG UW TOESTEL BEDACHTZAAM OP

Om uzelf dubbelwerk te besparen, is het dus van groot belang om uw meettoestel in topvorm te houden. Dat betekent:

  • tijdig laden: recente meettoestellen kunnen tijdens het meten opgeladen worden, maar bij de meeste oudere toestellen kan dat tot elektrische interferenties leiden. Het is dus beter om het toestel zo veel mogelijk buiten de gebruiksuren op te laden;
  • condens vermijden: de meetcellen zijn erg gevoelig voor condens. Controleer daarom na elk gebruik de condensopvang en filter en ledig indien nodig. Zet, bij een grote hoeveelheid condens, het reservoir open en laat drogen aan de lucht. Laat uw meet­toestel ‘s nachts ook niet zomaar in uw bestelwagen liggen. Brengt u een koud toestel binnen in een warm stooklokaal, dan kan er zich immers snel condens afzetten op de meetcellen;
  • laten kalibreren: de wet schrijft voor dat elektronische meettoestellen elke 2 jaar gekalibreerd moeten worden. Om aan de garantievoorwaarden te voldoen, schrijven sommige fabrikanten een frequentere kalibratie voor. Hou er rekening mee dat uw toestel dan één à twee weken buiten strijd kan zijn.